In die Dagen
(een verhaal uit de tijd van de Inquisitie )
Het Huis van Modiglia, importeurs van zijde was één van de beroemdste zakenimperiums in Sevilla, Spanje. De twee broers Jacob en Reuben Del Modiglia hadden het bedrijf van hun vader geërfd. Deze had een speciale oorkonde van de koning van Spanje gekregen waarin hij geprezen werd voor zijn bijdrage aan de ontwikkeling van de overzeese handel. Hun weduwe geworden moeder, Donna Rachela Del Modiglia was bekend om haar vrijgevigheid en ondersteuning van vele liefdadigheidsinstellingen in Sevilla. Zij had zelfs een gouden medaillon van de koning ontvangen voor haar diensten voor het land, tijdens de oorlog tegen de Moren. De Del Modiglias werden door velen gerespecteerd en bewonderd. Maar ook door anderen met jaloezie bekeken en zelfs gehaat. Speciaal door de minder succesvolle niet-Joodse handelaren en door sommige leiders van de Kerk.
Er kwam veel vreugde in het huis van de Modiglias toen de vrouw van Jacob een tweeling ter wereld bracht. Een jaar later werd bij Reuben Del Modiglia ook een kind werd geboren. Het waren allemaal aanbiddelijke meisjes en alle drie waren op Chanoeka geboren!
Voor hun eerste verjaardag kregen zij van hun grootmoeder een zilveren broche cadeau in de vorm van een Chanoeka lamp met daarop een kleine rode robijn in de vorm van een vlam. Donna Rachela had deze schitterende broches bij een zilversmid in Burgos besteld; zij had zelf het ontwerp gemaakt. Op het moment dat zij deze schitterende broches op de mooie jurkjes van haar kleinkinderen vastspeldde, had zij een voorgevoel dat er moeilijke tijden voor haar kleindochters zouden komen.
Inderdaad, de Joden in Spanje kregen het steeds zwaarder te verduren. Fanatieke monniken trokken rond en predikten haat tegen de Joden. En de opgezweepte massa’s vielen de Joden aan, waarbij zij Joodse eigendommen vernietigden en Joden beroofden en zelfs vermoordden. Uit wanhoop deden sommige rijke Joden alsof zij het Christelijke geloof hadden aangenomen, zodat zij niet aangevallen zouden worden. Dit waren de onfortuinlijke Marranos; hun lot zou zelfs slechter worden dan het lot van de Joden die trouw bleven aan hun geloof. Omdat de Kerk hun loyaliteit wantrouwde. Zij werden door hun Christelijke buren als lafaards gezien en om hun rijkdom en belangrijke posities in de regering veracht en gehaat.
Toen koning Ferdinand en de wrede koningin Isabella hun regeerperiode begonnen, werd de situatie van de Joden slechter. De Inquisitie, aangevoerd door de fanatieke, wrede en meedogenloze Torquemada, boezemde de Marranos en de Joden die hen hielpen angst in. De slachtoffers werden gearresteerd om hen een bekentenis af te dwingen, gemarteld om tenslotte in het openbaar levend te worden verbrand. Hun bezittingen eigenden de Kerk en de Kroon zich toe.
In die verschrikkelijke tijd groeiden de drie Modiglia meisjes op. Met Chanoeka bereikten zij hun vierde en vijfde verjaardag. Op het Chanoekafeest, dat ook het verjaardagsfeest van de meisjes was, hadden zich in het grote huis van de Modiglia’s, dat op een schitterende heuvel die de Guadalquivir rivier overzag was gelegen, veel vrienden verzameld. De Chanoeka kaarsen werden aangestoken en elk van de meisjes nam haar broche in de vorm van een menora met de helder schijnende robijn.
Grootmoeder Donna Rachela vond de meisjes nu oud genoeg om hen het verhaal van Chanoeka te vertellen en uit te leggen waarom zij alle drie voor hun eerste verjaardag een cadeau in de vorm van een kleine Chanoekalamp hadden gekregen.
“Lieve Sara en Rebecca,“ zei ze tegen de tweeling, dochters van haar oudste zoon Jacob, “En lieve Lea” tegen het jongste meisje, het enige kind van haar zoon Reuben. “Weten jullie waarom ik jullie deze kleine Chanoeka lamp voor jullie eerste verjaardag gegeven heb?”.
“Omdat we op Chanoeka geboren zijn!” antwoordden de drie meisjes in koor.
“Ja, dat is waar. Maar dat is slechts één reden. De andere reden is dat jullie je altijd de les van Chanoeka moeten herinneren. En grootmoeder Donna Rachela vertelde: Lang geleden toen wij Joden nog in ons eigen land woonden, kwam er een heel moeilijke tijd voor ons Joden. Want er regeerde over ons een slechte Koning, Antiochus heette hij, die wilde dat alle Joden hun Joods zijn zouden opgeven en afgodendienaars zouden worden zoals hij. Hij stuurde legers uit het nabij gelegen Syrië, waarvan hij koning was, om de Joden te dwingen zijn bevelen op te volgen. De Joden mochten de Sjabbat en de feesten niet meer vieren, de Joodse kinderen mochten niet langer meer Tora leren en het werd verboden de Mitswot te houden. Maar de Joden waren dapper. Zij hielden meer van God en de Tora dan van hun eigen leven en zij waren liever bereid te sterven dan de wrede koning te gehoorzamen. Het meest dapper waren de kleine kinderen…..”
Donna Rachela vertelde daarna het aangrijpende verhaal van Channa en haar zeven zonen. Toen zij klaar was met het verhaal vroeg zij: “Kunnen jullie net zo dapper zijn als die lieve kleine kinderen?”
“Ja Oma, wij zouden precies hetzelfde doen.”
“Ik hoop dat het nooit nodig zal zijn” zei Donna Rachella met een bezwaard hart. Er viel een stilte in de grote kamer. “Laten wij vanavond niet verdrietig zijn. Het is tenslotte Chanoeka. Laten wij zingen, gelukkig zijn en vertrouwen hebben. G‑d zal ons niet verlaten.” verbrak Reuben de stilte.
Er werd op de deur geklopt. Het was Señor Diego de Susan!
“Goed Chanoeka! Sta mij toe om hier de Chanoeka lichten aan te steken.”
“Vanzelfsprekend Diego,“ antwoordde Reuben. Hij vulde de lamp met olijfolie en Diego stak de lichten aan. Hij had tranen in de ogen. Hij keek een paar minuten naar de Chanoeka lichten en wendde zich toen tot Reuben en Jacob. “Ik moet jullie privé spreken.”
De drie trokken zich terug in de bibliotheek.
“Oma,” vroeg Sara toen zijn alleen waren. “Waarom kwam Señor Diego hier om de Chanoeka lichten aan te steken? Kon hij ze niet in zijn eigen huis aansteken? En waarom huilde hij?”
“Als je een beetje ouder bent zal ik het je uitleggen lieverd. Maar nu moet je vergeten dat Señor Diego de menora hier heeft aangestoken. Je mag het niemand vertellen. Kun je een geheim bewaren?”
“Zeker Oma” antwoordde Sara begrijpend. “Omdat Señor Diego een Marrano is, is hij ongelukkig. Ja? “
“Ssst, kind. Je mag er niet meer over praten! Het is een geheim!”
In de bibliotheek spraken de mannen met gedempte stem. Diego was het hoofd van een groep rijke Marrano’s. Zij hadden besloten om het land te ontvluchten. Want via hun eigen agenten in de Inquisitie hadden zij begrepen dat Torquemada bezig was bewijs te verzamelen tegen hen èn tegen hun Joodse vrienden die hen hielpen om de Joodse wetten en gewoonten na te leven.
“Onze levens zijn in gevaar.” zei Diego, “En jullie levens ook. Ik heb betrouwbare informatie dat het slechts een kwestie van dagen, misschien zelfs uren is, voordat Torquemada ons zal oppakken. Ik ben er achter gekomen dat de nieuwe werkster van Donna Rachela een spionne is van de Inquisitie. Mijn voorstel is dat wij met z’n allen op één van jouw schepen ontsnappen. Wil jij ons helpen? Wil je ook jezelf redden?”.
“Diego, je kunt ieder schip van ons nemen. Vanzelfsprekend willen wij jou en al die anderen graag helpen. Wat ons zelf betreft, wij hebben nooit iets belangrijks besloten te doen zonder eerst daarover met onze lieve moeder te spreken. Wij laten jou ons besluit morgen weten.“
“Morgen kan wel eens te laat zijn. Jullie moeten nu meteen beslissen. Waarom roep je Donna Rachela niet nu?“
Reuben stond op om de werkster te bellen, maar bedacht zich. Hij zou zelf zijn moeder halen. Hij opende de deur…en stond oog in oog met de gevreesde Thomas de Torquemada. Achter hem stonden twee soldaten van de Inquisitie.
“Het huis is omsingeld,” zei Torquemada triomfantelijk. “Alle ontsnappingsroutes zijn afgezet. Tegenstand zou dom zijn. Jullie alle drie zijn gearresteerd!”
En spottend: “Vergeef mij dat ik onaangekondigd op de stoep sta. Maar met verraders kunnen wij ons niet aan vormvoorschriften houden. Wat jullie moeder en de meisjes betreft, zij zullen voorlopig onder huisarrest blijven. Laten wij gaan, Señors!“ Lijkbleek werden Reuben en Jacob Del Modiglia, samen met Diego weggevoerd op weg naar de verschrikkelijke kelders van de Inquisitie.
De arme Donna Rachela dacht koortsachtig na over hoe zij de meisjes en haarzelf moest redden. Met de hulp van enkele betrouwbare bedienden zou zij samen met de kinderen kunnen ontsnappen via een geheime gang die naar de rivier leidde. Maar hoe kon zij haar twee zonen uit de handen van de Inquisitie bevrijden?
Ze besloot om minstens één dag te wachten. Zij zou een verzoek indienen bij de koningin. Ongeduldig wachtte zij tot het dag werd…
( wordt vervolgd )
Het artikel is herdrukt van Talks & Tales Nederland. Het is verboden om het artikel te publiceren of vermenigvuldigen zonder toelating van Talks & Tales, Nederland. Voor een abonnement of meer informatie gelieve onze website te raadplegen: www.synagoguemaastricht.com/talksandtales
