Pessach in Siberie

 

Siberië, 1943. Avrohom Nadel zit al zeven jaar gevangen in een werkkamp en moet er nog drie jaar blijven. Zijn misdaad? Hij is een Jied die de Toire en de Mitsves wilde vervullen en die ook andere Jieden wilde aanmoedigen hetzelfde te doen.

Het was in Adar toen hij een brief van thuis kreeg. Daarin stond geschreven dat hij ook dit jaar een pakje zou krijgen met Matzes en andere Pesach-produkten. 

Avrohom had dit pakje echt nodig, niet enkel om Pesach te kunnen houden, maar ook om wat sterker te worden. 

Kort daarna kwam er een nieuwe commandant in het kamp, die alle gevangenen ondervroeg. Commandant Petrowski wou weten of Avrohom nog altijd zo gelovig was, of hij Kosher at en wat Matzes waren. Avrohom probeerde zo beleefd mogelijk te antwoorden. Hij vertelde hem over het pakje dat hij verwachtte en dat het weldra Pesach zou zijn.

"En wat ga je doen als je pakje met Matzes hier niet op tijd is?" vroeg de commandant met een valse grijns.

"Dan zal ik aardappellen eten. En als er geen aardappellen zijn, zal ik honger lijden. Mijn G‑d zal mij wel helpen."

Het werd Pesach maar het pakje was nog niet aangekomen.

siberie2.jpg 

Avrohom had twee andere Jieden, Dovid en Mottel, die ook in het kamp zaten, voor de Seder uitgenodigd.

Een proper stuk papier diende als tafellaken en in plaats van wijn voor de 4 Kosos, hadden ze thee en voor de ongelovige ogen van Dovid en Mottel toverde Avrohom drie Matzes tevoorschijn. Die had hij nog van vorig jaar bewaard. De Hagode zeiden ze van buiten en zo werd de eerste Seder gevierd.

Voor de tweede Seder hadden ze geen Matzes meer en weer diende wat thee als wijn.

Gelukkig hadden ze ook nog drie klontjes suiker.

Gedurende de hele week at Avrohom bijna niets. 

Hij werd zwakker en zwakker. totdat hij zijn bed niet meer uitkon. Op een dag kwam commandant Petrowski zijn barak binnen. 

Hij haalde een vers broodje uit zijn tas en hield het voor de neus van Avrohom. Avrohom viel bijna flauw van de geur ervan, maar toch hield hij zich sterk en zei hij tegen de commandant dat het Pesach was en dat hij geen brood mocht eten. 

Op de laatste dag van Pesach moest Avrohom in de ziekenafdeling opgenomen worden. 

Zijn toestand was kritiek, en men vreesde voor zijn leven. Hij verloor meermaals het bewustzijn maar hoorde toch nog hoe Mottel tegen iemand zei dat het bijna Motse Pesach was, en dat Avrohom dan weer zou mogen eten.   

Onmiddelijk toen het nacht werd, bracht Mottel enkele koekjes en wat thee, maar Avrohom was zo zwak, dat hij gevoed moest worden. 

De volgende dag voelde hij zich al wat beter. Mottel, die ondertussen vrijgelaten was, kwam hem weer opzoeken. Om Avrohom te kunnen helpen zou hij nog twee weken in de buurt van het kamp blijven. Gedurende die twee weken kwam Mottel elke dag met verse melk, fruit, groenten en brood. Zo werd Avrohom langzaam weer gezond.siberie.jpg

Op een dag werd Avrohom bij de hoofdinspecteur van alle werkkampen geroepen. Daar bevonden zich ook Mottel en commandant Petrowski.   De inspecteur vertelde dat de commandant het Pesach-pakje van Avrohom en twee brieven had teruggestuurd. Het pakje was wel op tijd voor Pesach aangekomen en door deze boze daad van de commandant was Avrohom bijna gestorven! Avrohom moest nu een klacht ondertekenen

tegen de commandant, zodat die zijn verdiende straf kon krijgen. Maar Avrohom weigerde een klacht in te dienen en zei dat hij het de commandant vergaf. De inspecteur was hiervan zo onder de indruk dat hij ervoor zorgde dat Avrohom onmiddelijk werd

vrijgelaten. De commandant werd niet gestraft, maar kreeg een nieuwe positie met minder macht.