Rabbijn Tsvi Asjkenazie ( Chacham Tsvi )

( 5418-5478, 1658 – 1718 )

 

Het is bijna 350 jaar geleden sinds de bijzondere persoon over wie wij het zo zullen hebben, werd geboren. Hij stond bekend als een uitmuntend geleerde en Talmoed -deskundige en als een groots leider en strijder voor de puurheid van het Joodse geloof. Hij was één van de meest bekende rabbijnen van zijn tijd. Hij reisde veel en diende zowel in Asjkenazische als Sefardische gemeenten. “Chacham Tsvi “ onder welke naam hij bekend is, is de Sefardische titel die hetzelfde betekent als “Rabbijn Tsvi”.

“Asjekenazie” betekent de “Duitser” want hij behoorde tot en was rabbijn van verschillende Asjkenazische gemeenten zoals wij later zullen zien.Rabbijn Tsvi Asjkenazie werd geboren in een kleine stad in Moravië (nu Tsjechië). Zijn vader, Rabbi Jacob Sack was een geleerd man. Toen Tsvi nog een klein kind was, verhuisde de familie naar Alt Ofen, een wijk in de stad Boedapest waar de familie van zijn moeder woonde. Tsvi’s vader en grootvader waren zijn eerste leraren. De naam van zijn grootvader van Rabbi Abraham Hacohen en hij was het hoofd van de Jesjiewa leerschool van Ofen.Z_Ashkenasi.jpgNadat zij hem alles hadden geleerd was zij hem konden leren, stuurden zij hem naar Saloniki in Griekenland, waar de befaamde rabbi Elia Kobo een grote kring Talmoed studenten verzameld had. Onder de leiding van deze grootse leraar werd rabbi Tsvi één van de grootste autoriteiten op het gebied van de Talmoed en de Halacha (Joodse Wet). Hij was net achttien jaar oud toen de Rabbijnse raad van Constantinopel hem de titel ‘Chacham’ toebedeelde. Een eer die slechts zelden aan een jonge man van die leeftijd wordt gegeven. Zo werd Rabbi Tsvi bekend als “Chacham Tsvi”.Chacham Tsvi keerde terug naar het huis van zijn vader in Alt Ofen, trouwde en vestigde zich om een leven gewijd aan de studie te leiden. Maar zijn studies werden zes jaar later onderbroken, toen de stad bij oorlog betrokken werd. Het Oostenrijkse leger vocht tegen Turkse bendes. Boedapest kwam onder vuur te liggen maar werd zwaar verdedigd. Het regende kanonskogels op de stad. Één van die kanonskogels trof het huis van Chacham Tsvi en doodde zijn vrouw en hun enige dochter. De jonge geleerde werd dus getroffen door een diepe tragedie. Hijzelf kon nog maar net uit de onder zware druk liggende stad ontsnappen en na veel moeite en veel afzien kwam hij in Sarajevo, de hoofdstad van Bosnië. In Sarajevo leerde de Chacham Tsvi uit eerste hand welke kwade effecten de Sjabbatai Tsvi beweging nog in Zuid – Oost Europa had. Sjabbatai Tsvi had zichzelf afgeschilderd als de messias. Maar hij had later zijn volk en zijn geloof verraden en was als een moslim gestorven. Toch geloofden veel Joden nog steeds in deze bedrieger. Zij hoopten dat hij terug zou komen en hen naar het Heilige Land zou leiden zoals hij had beloofd. De Chacham Tsvi hoorde ook van een andere gevaarlijke bedrieger, Nechemia Chajoen, die in latere jaren nog voor veel problemen voor Chacham Tsvi zou zorgen.

 

Chacham Tsvi kon niet lang in Sarajevo blijven, omdat ook deze stad vrij snel met de verwoestingen van de Oostenrijk – Turkse oorlog te maken kreeg. Hij moest opnieuw vluchten. Hij nam een schip naar Italië en verbleef enige tijd in Mantia en Venetië. Toen ging hij naar het noorden, stak de Alpen over en bezocht Ansbach, Furth, Praag en Berlijn. Waar hij ook kwam, zijn reputatie was hem vooruit gesneld en hij werd met respect en bewondering ontvangen. Veel gemeenten wilden hem tot hun opperrabbijn benoemen. Maar hij weigerde al deze verzoeken.

 

In Berlijn hertrouwde hij met de dochter van Rabbi Mesjoelam Zalman Neumark, het hoofd van de gemeenschappelijke gemeenten Altona, Hamburg en Wandsbeck, ook wel bekend naar de Hebreeuwse afkorting “AHU”. Toen zijn schoonvader overleed vroegen de drie gemeenten hem om zijn schoonvader op te volgen. Zijn vrouw Sara overreedde hem om de post te accepteren, maar hij deed dit niet van harte. Hij was namelijk geen man van de middenweg of iemand die zijn hoofd liet hangen naar de rijke leden van de gemeente.

SynagogueAltona.jpg

Al vlug ondervond hij tegenstand, die hem niet alleen verlies in inkomsten opleverde, maar die ook zijn positie als rabbijn  onder druk zette. De leden die zich tegen Rabbi Asjkenazie verzetten, nodigden een andere rabbijn uit om zijn plaats in te nemen. De nieuwe kandidaat, Rabbi Mosje van Rothenburg, was een man met veel minder aanzien dan de wereldberoemde Chacham Tsvi. De stiekeme leiders van de gemeente die hadden gehoopt dat Chacham Tsvi in een zware strijd verwikkeld zou worden, waren teleurgesteld omdat tot hun verbazing Chacham Tsvi  zijn tegenstander aanbood om het rabbinaat te delen. Ieder zou zes maanden per jaar als rabbijn dienst doen. Deze regeling liep niet goed. Chacham Tsvi nam ontslag als opperrabbijn. Hij wilde niet buigen voor de rijke mensen uit de gemeente. Hij trok zich terug in een kleine privé synagoge met een kleine groep trouwe vrienden. Een jaar later, in 1710 ging hij in op het verzoek van de Asjekenazische gemeente van Amsterdam om hun rabbijn te worden.

 

Ook nadat Chacham Tsvi niet meer als opperrabbijn van de drie gemeenten van Altona, Hamburg en Wandsbeck functioneerde, bleef zijn grootse persoonlijkheid op deze gemeenten invloed uitoefenen. Hij had een jesjiewa opgericht waar veel talentvolle studenten ijverig studeerden. Hij had geïntroduceerd om vóór de avondgebeden Misjna te leren met Joden die gedurende de dag met werk of zaken bezig waren. En op Sjabbatochtend had hij zelf een stuk uit Tenach voorgeleerd. Deze en andere gewoonten die hadden geholpen om het geestelijke leven van de Joden te versterken, werden generaties lang bewaard.

 

In Amsterdam vond rabbijn Tsvi Asjkenazie een bloeiende Joodse gemeenschap. Amsterdam was toen één van de centrale plaatsen van het Europese Jodendom. Hij maakte snel veel vrienden, zowel in zijn eigen Asjkenazische gemeente als in de Spaans/ Portugese Joodse gemeenschap met aan het hoofd Rabbi Solomon Ayllon. Helaas, het duurde niet lang voordat Chacham Tsvi dezelfde problemen ondervond als in Altona. Prominente leden van de Asjkenazische gemeenschap waren verbolgen dat hun rabbijn meer respect toonde voor de geleerden en de armen, dan voor de rijke en invloedrijke financiers. Zij probeerden hem op allerlei manieren te dwingen zijn positie op te geven. Zij hielden zelfs zijn salaris in. Maar Chacham Tsvi was niet iemand die zich met geld bezighield. Ondanks alle hindernissen die hem in de weg werden gelegd, bleef hij de gemeenschap leiden en onderwijzen. Echter, met de komst van de eerder genoemde Nechemia Chajoen naar Amsterdam, werd de situatie kritiek.

 

( wordt vervolgd )

Het artikel is herdrukt van Talks & Tales Nederland. Het is verboden om het artikel te publiceren of vermenigvuldigen zonder toelating van Talks & Tales, Nederland. Voor een abonnement of meer informatie gelieve onze website te raadplegen: www.synagoguemaastricht.com/talksandtales