TESJOEVA, TEFILLA EN TSEDAKA
(berouw, gebed en liefdadigheid)
“Op de dag van Rosj Hasjana wordt het lot van individuen en naties ingeschreven; op de dag van Jom Kippoer wordt het bezegeld.” Dit is het thema van het ontroerende gebed Oenettanè Tokef van de hand van rabbi Amnon, dat we in het Moesaf gebed van Rosj Hasjana uitspreken. De Periode van Berechting begint op Rosj Hasjana en eindigt op Jom Kippoer. Daartussen hebben we de Dagen van Berouw (eigenlijk horen ook Rosj Hasjana en Jom Kippoer tot deze Tien Dagen van Berouw), wanneer ieder van ons een kans heeft om het besluit dat G‑d over ons gaat nemen, ten gunste van ons te beïnvloeden. En het uitgesproken gebed van Oenetannè Tokef leidt naar een tweede hoogtepunt: “Berouw, gebed en liefdadigheid wenden het slechte oordeel af.”
Het bovenstaande is gebaseerd op de verklaring van rabbijn Joedan, in naam van rabbijn Elazar: “Er zijn drie dingen die het slechte oordeel annuleren: gebed, berouw en liefdadigheid. Deze drie aspecten worden in één zin aangeduid: ‘Als Mijn volk nederig zal zijn en zal bidden, als zij Mijn Aangezicht zoeken en van hun slechte wegen terugkeren, dan zal Ik hun zonden vergeven (II Kron. 7:14).”Mijn Aangezicht zoeken” betekent liefdadigheid, zoals er staat: ‘Ik zal door liefdadigheid (b’tsedek) Uw Aangezicht aanschouwen (Ps. 17:15.) (Psikta d’Rav Kahana 191a)”.
Tesjoeva betekent “terugkeren “ of “omkeren”, dat wil zeggen: je slechte wegen verlaten en naar G‑d terugkeren. “U zult in uw hart overdenken… en u keert terug naar de Eeuwige, uw G‑d en luistert naar Zijn stem” (Deut 30:2). Het gaat hier om een gebod dat alle Joden, zonder uitzondering, moeten volbrengen en niet alleen een zondaar. Want in zaken betreffende goedheid en heiligheid is er geen grens; er is altijd ruimte voor verbetering. Het is altijd mogelijk om dichter en nog dichter tot G‑d te komen, door het vervullen van Zijn geboden met altijd groeiende liefde en toewijding.
Uiteraard moet iemand die tekort is geschoten in het leven naar de wetten van de Tora en de geboden, en/of iemand die opzettelijk heeft gezondigd, een geheel nieuwe weg inslaan: een complete breuk maken met de slechte wegen van het verleden en met een nieuw leven vrij van zonden en vol van Tora en geboden beginnen.
Volgens onze Geleerden is de kracht van berouw zo sterk dat het zelfs met terugwerkende kracht effect heeft: de lei wordt schoongeveegd en zelfs zonden die met opzet begaan zijn, worden door G‑d beschouwd alsof zij per ongeluk begaan zijn. Er is slechts één uitzondering: fouten die wij tegen de medemens hebben gemaakt, moeten wij eerst goedmaken. Pas dan zal G‑d onze oprechte spijt accepteren.
Hoewel berouw gedurende het hele jaar effectief is en het een gebod is dat iedere dag van het jaar uitgevoerd kan en moet worden, vormen de Tien Dagen van Berouw een speciale periode van berouw. Het is een periode van speciale Hemelse Genade; berouw wordt dan makkelijker geaccepteerd. Onze Geleerden verklaren dat de roep van de profeet: “zoek G‑d wanneer Hij gevonden kan worden, roep Hem aan wanneer Hij nabij is” (Isaiah 55:6) slaat op de Tien Dagen van Berouw. Dan laat G‑d zich “vinden” door diegenen die Hem zoeken en komt Hij nabij aan diegenen die Hem nabij willen hebben.
De Sjabbat tussen Rosj Hasjana en Jom Kippoer wordt Sjabbat Sjoewa ( Sjabbat van terugkeer) genoemd, omdat de Haftora die we dan lezen met het woord ‘sjoewa’ begint: “keer terug (sjoewa) O Israel naar de Eeuwige, je G‑d (Hosea 14:2).
Ook gebed is een gebod. Een Jood heeft het voorrecht en de plicht om iedere dag van het jaar te bidden. Maar ook nu weer, gedurende de Tien Dagen van Berouw is G‑d extra “nabij”. Oprechte gebeden vanuit het hart zijn dan ontvankelijker om te worden verhoord en effectiever. Als wij oprecht en met ons hele hart tot G‑d bidden, brengen wij daarmee tot uitdrukking dat wij in G‑d geloven en in Zijn mogelijkheid om ons te helpen. En G‑d stelt ons niet teleur. Een van de hoogtepunten van de Rosj Hasjana dienst is het gebed van Channa, in de Haftora op de eerste dag van Rosj Hasjana. Op Jom Kippoer is in de Haftora tijdens het Mincha gebed, het gebed van Jona een hoogtepunt. In beide gevallen leek de situatie hopeloos, maar het gebed hielp op wonderbaarlijke wijze.
Channa was een vrouw; Jona was een man. Man of vrouw, G‑d accepteert een oprecht gebed. Net zoals berouw de mensen van de stad Nineveh van de ondergang redde, zo heeft het gebed van Jona hemzelf uit een soortgelijke moeilijke situatie gered.
Tsedaka (liefdadigheid) is net als Tesjoeva (terugkeer) en Tefilla (gebed) een gebod. Wij vertalen het woord met “liefdadigheid”, maar het woord betekent eigenlijk rechtschapenheid. Wij moeten Tsedaka niet geven uit de goedheid van ons hart, of omdat we het niet kunnen aanzien dat armen moeten lijden, maar wij geven Tsedaka omdat G‑d ons heeft opgedragen de armen te helpen. Wij zijn verantwoordelijk voor hen; zij hebben recht op onze hulp, ongeacht onze persoonlijke gevoelens. Dit is waarom iedereen geboden is om Tsedaka niet naar zijn gevoel, maar naar zijn vermogen te geven.
Daarom, als wij het gedurende de Tien Dagen van Berouw samen met Tesjoeva en Tefilla over Tsedaka hebben, gaat het over meer dan onze normale plicht en moeten wij dit met een grotere mate van bereidheid en vreugde doen.
Tsedaka gaat hand in hand met chesed (liefdevolle vriendelijkheid) en omvat alle daden van hulp en vriendelijkheid, daaronder begrepen niet alleen geld, maar ook tijd en moeite. En als het financieel helpen van anderen Tsedaka is, hoeveel meer is dan het helpen van anderen op spiritueel gebied een vorm van Tsedaka. Financiële of materiële hulp is slechts tijdelijk; spirituele hulp kan eeuwigdurend zijn. Daarom is het ook de gewoonte om speciaal in deze tijd aan Tora-instituten ondersteuning te geven, want dergelijke Tsedaka is zowel materieel als spiritueel.
“Er zijn drie dingen die het slechte oordeel annuleren: berouw, gebed en liefdadigheid.” Dit komt overeen met een ander gezegde van onze Geleerden: “De wereld berust op drie dingen: op Tora, Avoda en Gemiloet Chassadiem”. Berouw komt overeen met Tora, omdat het oproept om terug te keren naar de Tora en de Geboden. Avoda is gebed; en Gemiloet Chassadiem is hetzelfde als Tsedaka. Onze Geleerden hebben het ook op een andere wijze uitgedrukt: “De wereld rust op drie dingen: Op gerechtigheid, waarheid en vrede.”
Daaruit begrijpen wij dat de tijd van gebed hetzelfde is als de tijd van de (zelf) berechting; de Tora is waarheid; en van liefdadigheid (Tsedaka) wordt gezegd dat het de vrede in de wereld versterkt.
Wat waar is voor de gehele wereld, is waar voor ieder individu, omdat ieder individu een kleine wereld op zichzelf is. De wereld van de Jood rust op al deze drie zaken: Tora, gebed en Tsedaka. En daarom moeten ook Tesjoeva, Tefila en Tsedaka samen gaan om een daadwerkelijk gelukkig nieuwjaar te verzekeren.
Het artikel is herdrukt van Talks & Tales Nederland. Het is verboden om het artikel te publiceren of vermenigvuldigen zonder toelating van Talks & Tales, Nederland. Voor een abonnement of meer informatie gelieve onze website te raadplegen: www.synagoguemaastricht.com/talksandtales
