Op bezoek in … Wenen

 

Deze keer zullen wij een heel kort bezoek maken aan de prachtige stad aan de Donau, Wenen, de hoofdstad van Oostenrijk. Het is een stad met prachtige gebouwen en brede boulevards, geflankeerd door de Karpaten aan de ene kant en door de Alpen aan de andere kant. Maar voor ons Joden is veel van de pracht en charme van deze  oude stad verloren. Niet zo heel lang geleden had deze stad nog de op drie na grootste Joodse gemeenschap van heel Europa. Dit was voor de Duitse Nazi troepen in 1938 Wenen binnen marcheerden en het land en zijn hoofdstad overnamen.

In 1934 waren er bijna 200.000 Joden in Oostenrijk, van wie 175.000 in Wenen woonden. De Joodse gemeenschap in de Oostenrijkse hoofdstad was sinds het begin van de twintigste eeuw snel toegenomen omdat het als een vluchtplaats gediend had voor vele Oost –Europese Joden, die door armoede en pogroms verjaagd waren. Maar de Duitse en Oostenrijkse Nazi’s lieten geen minuut verloren gaan om de Joodse gemeenschap van Wenen te liquideren en slechts ongeveer 40.000 Joden overleefden de Duitse bezetting van Oostenrijk.

 

Neue Hofburg.jpg

De geschiedenis van de Joden van Wenen gaat terug tot de oudheid, toen de Romeinse legioenen een nederzetting aan de rivier de Donau innamen, op de plaats van het hedendaagse Wenen. Zij noemden het “Vindobona” en later werd dit bekend als Wenen. In het kielzog van de Romeinse legioenen kwamen marktlui en handelaren, onder wie Joden, die zich in de nieuw geopende landen vestigden. Opgemerkt moet worden dat er geen schriftelijk bewijs bestaat om deze traditie te onderbouwen.

De vroegste documenten van Joods leven in Wenen gaan terug naar het begin van de tiende eeuw. In 1194 was een Jood genaamd Solomon, of “Shlom” zoals hij genoemd werd in officiële documenten, in staat gebleken om de positie van hoofd van de Munt te bekleden.[1]  Echter, twee jaar later viel deze hooggeplaatste Joodse ambtenaar ten prooi aan de jaloezie en haat van de Christelijke bevolking. Dit gebeurde toen Kruisvaarders op weg naar het Heilige Land naar Wenen kwamen. Toen zij hoorden dat een Jood een dergelijke hoge positie in de stad bekleedde, zochten zij een voorwendsel om hem te doden. De mogelijkheid werd geschapen door een van Solomon’s bedienden, die wegens diefstal gevangen was gezet. Bewerende dat Solomon wilde voorkomen dat deze bediende zich bij de Kruisvaarders zou aansluiten, bestormden de Kruisvaarders en een massa mensen het huis van de Joodse hoofd van de Munt en vermoordden hem en vijftien andere Joden van zijn huishouden. De hertog, voor wie Solomon van onschatbare waarde was, was hier erg vertoornd over.Hij beval de executie van de leiders van deze gewelddadige uitbarsting. vienna_1.jpgMaar het was duidelijk dat de Christelijke bevolking van Wenen de Joden niet zouden tolereren.De hertog en de andere edellieden waren de Joden gunstig gezind, omdat zij een groot deel van de opbrengsten inden van de Joden die de Joden in de vorm van belastingen voor privileges moesten betalen. Zij moedigden de Joden aan om het zakenleven te ontwikkelen. Immers hoe beter de zaken van de Joodse marklui liepen, des te hoger het inkomen van deze edellieden was. Tengevolge daarvan werd het lot van de Joden vaak gekenmerkt door een serie van ups en downs. Gesponsord door de lokale edellieden ging het de Joden goed af en sommigen van hen werden zelfs rijk. Maar dit wekte de jaloezie van de Christelijke handelslui die herhaaldelijk om anti -Joodse maatregelen en restricties vroegen, wat niet zelden de verwijdering van hele Joodse gemeenschappen tot gevolg had.

 

Dit gebeurde bijvoorbeeld zo’n veertig jaar na de moord op bovengenoemde Solomon. Christelijke burgers van Wenen klaagden bij keizer Frederick II over het begunstigen van de Joden. Zij haalden hem over om beperkende maatregelen tegen de Joden te nemen. Maar de goede diensten van de Joodse zakenlui waren te waardevol voor de edellieden om door de bittere klachten van de burgers van Wenen compleet overgehaald te worden. Sterker nog, in 1244 vaardigde hertog Frederick II een handvest uit waarin bepaalde rechten en privileges voor de Joden van zijn land in stonden. Iets wat in die dagen van wijdverbreide vervolging van Joden over heel Europa, ongehoord was. Dit handvest diende als een model voor andere heersers die ook van de Joodse industrie en handel wilden profiteren. Zo werden handvesten door de heersers van Silezië en enkele eeuwen later ook door de heersers van Polen uitgevaardigd.vienna_01.jpgHet handvest definieerde de status van de Joden en hun rechten en privileges. Het regelde de hoogte van de rente die de Joden berekenen mochten, de soorten beroepen die zij mochten uitoefenen en wat hun verplichtingen jegens de heerser waren. Het handvest beschermde de Joden ook tegen de gedwongen doop, en gaf hun het recht in wijn, verf en medicijnen te handelen. Nog verbazingwekkender is het dat het handvest de Joden aan de Christelijke burgers gelijkstelde in de officiële rechtbanken.

 

De reactie van de Christelijke burgers van Wenen, geleid door de Kerk, leidde dertig jaar later tot een beperking van deze rechten en vrijheden. Sommige oude wetten werden opnieuw ingesteld.Toch waren de Joden van Wenen, ondanks dergelijke tegenslagen van tijd tot tijd, in staat een florerende handel te drijven. Keizers en hertogen, onder wie de beroemde Rudolf van Habsburg, hadden grote schulden bij Joodse financiers en waren vaak van hen afhankelijk voor politieke en financiële raad. Het werd de Joden echter niet toegestaan om publieke functies te bekleden.Wat betreft hun eigen gemeenschap, daar hadden de Joden alle vrijheid. De gemeenschap bloeide op spiritueel niveau niet minder dan op materieel niveau. Een van de meest beroemde Joodse geleerden in de dertiende eeuw was rabbijn Jitschak Ben Mosje, de auteur van het beroemde halachische werk de Or Zaroe’a. Dit grootse werk werd de gids voor het dagelijks leven van de Joden in Centraal en Zuid-Europa.

Rabbijn Jitschak was een leerling van de bekende rabbi Me’ier van Rothenburg. Nadat deze gevangen was genomen als een middel om een grote som losgeld van de Joden van Duitsland te krijgen en na zijn dood in gevangenschap -rabbi Me’ier had de Joden verboden  om losgeld te betalen-, vluchtte rabbi Jitschak naar Wenen. Hier legde deze grote geleerde de fundamenten die Wenen gedurende de eeuwen die volgden tot een belangrijk centrum van Tora-studie zou maken.


[1] De Munt is de instelling die de (geld)munten slaat. In Nederland de “Koninklijke Nederlandse Munt; vroeger ’s Rijks Munt geheten.

 

Het artikel is herdrukt van Talks & Tales Nederland. Het is verboden om het artikel te publiceren of vermenigvuldigen zonder toelating van Talks & Tales, Nederland. Voor een abonnement of meer informatie gelieve onze website te raadplegen: www.synagoguemaastricht.com/talksandtales